4 oktober 2020

Lekenpreek van Cees van Lede

Geschreven door Raymond Pichon

In de kerkdienst van vandaag sprak Cees van Lede zijn lekenpreek uit. Zijn preek kunt u hieronder nalezen. Wij zijn Cees van Lede erg dankbaar voor zijn innemende verhaal.

Tekst uitgesproken door Cees van Lede.

Gemeente,

De schriftlezing van vandaag eindigt met de woorden: ”Al wat gij van mij gehoord hebt, brengt dat in toepassing en de God des vredes zal met U zijn”. En – in bescheidenheid – zal dat dus ook gelden voor de woorden die ik vandaag tot u zal spreken. Ik als buitenstaander, andersdenkende waarmee U blijk geeft van een brede blik en ruimhartigheid; niet ingekapseld in Uw eigen bubbel zoals zovelen tegenwoordig rechtvaardiging zoeken voor eigen standpunten zonder over de schutting te willen kijken.

Uw uitnodiging heb ik dan ook met dank -en enige vrees- aanvaard daarbij geholpen door het feit dat mijn allereerste jeugdherinneringen teruggaan naar Oosterbeek. Mijn oudtante ,Pau de Bruyn -van Lede woonde gedeeltelijk in Rotterdam te

samen met haar twee zusters, alle drie weduwen en zomers op Dreijerheide.

Zij waren kinderloos, op één na die een zoon verloren had in de griepepidemie van 1919. Hoe dichtbij en invoelbaar in ons eigen Corona tijdperk.

Maar hun moederliefde werd weldadig uitgestort over de kinderen van hun broer, mijn grootvader en in het bijzonder mijn vader. Aangezien die zelf eind veertigerjaren in Indië in dienst zat, viel mij als stamhoudertje die warmte te beurt. Logeren bij de tantes, cantharellen zoeken en voorgelezen worden uit Fulco de Minstreel  – met als resultaat dat een van onze zoons Fulco heet.

Zij- en ik- waren van katholieke huize maar gelukkig ook met een brede blik, niet geborneerd. Ofschoon ons als kinderen – we waren met zijn vijven- overeenkomstig de opvattingen van die tijd door onze ouders werd meegegeven dat we met iedereen mochten trouwen als hij of zij maar katholiek was, is dat geen van ons gelukt en nooit een probleem geweest. Dus dat andersdenkend valt nog wel mee en sta ik hier met een open geest. Inmiddels niet meer beleidend maar wel met groot respect voor het geloof. Het geloof dat sinds mensenheugenis het leven heeft beheerst en de maatschappij geordend. Helaas met conflicten tussen de – door de mens gemaakte – instituten maar ook met de bescherming en koestering van de individuele gelovigen. Met instituten heb ik het niet zo op maar wel met de steun en inspiratie die wij als individu in het geloof vinden. Zo zag ik mijn vader in grote rust en godsvertrouwen overlijden. Hoe waardevol. (Korea)

Nu weet U een beetje wat voor vlees in U in de kuip hebt en is het mij een eer en uitdaging mijn gedachten met U te delen. Het wordt een overdenking, geen preek want daar houd ik niet van. Ik heb te veel preekjes gehad in mijn leven.

Wij zongen zojuist: ”Vader Gij zijt in ons midden, O Heer wij zijn van Uw geslacht”. Dat geeft voor mij mooi het goddelijke gevoel weer. Niet afstandelijk – maar in ons midden – dus niet  “de Heer”- maar een vriend die een stoel aanschuift en omdat hij of zij God is hoeft hij ook geen 1.50 m aan te houden. Dat beeld van God als vriend houd ik vast tot op mijn begrafenis – niet dat ik die binnenkort plan – maar mijn gezin weet dat daar niet teveel getreurd mag worden als ik als gelukkig en bevoorrecht mens het leven verlaat. “La ballade des gens heureux “van Gerard Lenorman zal daar ten gehore worden gebracht, een oud liedje uit de zeventiger jaren dat treffend zowel dat geluk als dat goddelijke gevoel van nabijheid weergeeft. ”Tu n’as pas de titre ni de grade, mais tu dis “tu” quand tu parles a Dieu” “Je viens te chanter la ballade des gens heureux.” Om gelukkig te zijn hoeft een mens maatschappelijk niets voor te stellen maar hij mag wel altijd gewoon “je” tegen God zeggen. Die is je vriend, dichtbij en jij stelt voor hem wel wat voor; jij als individu bent belangrijk voor hem. Het gaat om jouw persoon. Dat geldt ook in breder kosmisch verband. “Notre vieille terre est une étoile où toi aussi tu brilles un peu”. “Je viens etc”. Gezien vanuit de ruimte – denk aan die mooie foto genomen vanaf de maan waarbij niet de zon opkomt maar de aarde – draagt ieder menselijk wezen, ook jij, bij aan de schittering van onze eigen planeet. Ook jij – wie of wat je ook bent- bent onderdeel van het wonder van het leven.

Nu ben ikzelf, zoals veruit de meeste mensen, te rationeel om in wonderen te geloven dus hoe moet dat nu? Maar voor we aan die vraag toekomen besef ik me maar al te goed dat gebeurtenissen als wonder kunnen en worden ervaren. De onverklaarbare genezingen van de enkeling tijdens de epidemien van weleer – zoals de pest en de cholera. Een wonder voor de betrokkene en zijn omgeving. Met de medische kennis van vandaag kunnen we die besmettelijke ziektes verklaren, doorgronden en onder controle houden en weten we wel beter. Althans dat dachten we.

Mijn jongste zoon en zijn vrouw, die arts is, zijn werkzaam in Kenia en daar wordt als het werk van de medicijnman faalt het werk van de dokter in buitengebieden begrijpelijkerwijs door de lokale bevolking ook als een wonder ervaren.

En wat dacht U van die horden mensen die eeuwen lang in kleurloze smerige krotten en hutten moesten zien te overleven, wanneer zij met de pracht en praal van de macht werden geconfronteerd?. (Vb Kerken met goud en felle kleuren Maastricht; Bourgondisch).

Rationeel is, sinds de relativiteitstheorie, het biologisch leven geen wonder meer, hoe weinig we er ook vanaf blijken te weten zoals we in deze tijd letterlijk aan den lijve ondervinden. Een enkeling gelooft nog in zoiets als een oerknal (Cees Dekker) waar een niet logisch te verklaren, wellicht goddelijke interventie aan ten grondslag ligt. Maar hoe zit dat met het ontstaan van onze geest? Ons bewustzijn, ons gemoed, ons vermogen te redeneren? Is daar een verklaring voor? In de Roomse rite bestaat een fraai lied dat luidt: ”Veni creator spiritus, mentes tuorum visita”(Kom schepper van de geest). Wij hechten niet alleen aan ons lichaam maar wellicht juist meer nog aan ons gemoed, aan onze geest -ik in ieder geval wel. Dat vraagstuk van hoe ons bewustzijn is ontstaan heeft me altijd geboeid en ik had dat Veni Creator dus graag op ons huwelijk willen laten zingen zij het dat gregoriaans zo treurig klinkt.  We hebben uiteindelijk gekozen voor “Laudate Dominum” van Mozart. Het moest wel een beetje feestelijk blijven.

We ontkomen er echter niet aan dat, hoe verder de wetenschap voortschrijdt en hoe scherper onze geest, hoe minder we in wonderen zullen kunnen geloven. Dat is onvermijdelijk. Maar voor mij – en wellicht ook voor U – zit het goddelijke gevoel niet in onze ratio en zeker niet in wonderen die niet bestaan maar in die ongrijpbare, puur menselijke “verwondering”. Waarom ontroert me de lach van een kind (Lenorman) of  de bloei van een boom? Waarom werd ìk gevraagd AkzoNobel te leiden en waarom sta ìk hier vandaag in Uw Gemeente?. 

Waarom ik? Maar ook het “waarom ik” in pijnlijke situaties of in negatieve zin. Waarom wordt de een wel door Corona getroffen en een ander niet? Waarom is de een met een gebrek geboren en wint de ander een hoofdprijs? Waarom kan de een goed leren en goed dansen en is de ander een domme houten klaas? Waarom wordt de een in armoe geboren en de ander in welstand? En veel ander soortgelijke vragen die in mijn briefwisseling met Joris Luyendijk aan de orde komen. 

Zij die het gelezen hebben , weten dat ikzelf vorig jaar  getroffen ben door een vervelende ziekte. De verwondering van “Waarom ik?” was er nauwelijks, de onvermijdelijke aanvaarding van wat je is overkomen des te sneller. Die aanvaarding van de ziekte van Kahler is mij ook niet moeilijk gevallen, gesterkt als ik was door grote voorbeelden van veel ergere situaties (Bart vdS swingend de hemel in).

De bedreigde diersoort mens heeft sowieso geen keus en zal zich met zijn overlevingsinstinct aanpassen aan de situatie, zich schikken in zijn lot. Daar moet je niet te lang over piekeren maar  vooral blijven openstaan voor de positieve verwondering die zo’n proces teweeg kan brengen. Ik wil U dit illustreren door een stukje voor te lezen van een brief die ik mijn vrouw en kinderen vorig jaar schreef met Sinterklaas. Ik maak voor hen altijd een lang gedicht zonder wezenlijke inhoud; gewoon rijmelarij om dit mooie feest te vieren met hen waar ze zich ook ophouden op aarde. Maar deze keer was anders en wilde ik ze deelgenoot maken van mijn gevoelens als patiënt:

 “Zes maanden van lichamelijk ongemak waren voor mij emotioneel een hoogtepunt. Nooit tevoren had ik me afgevraagd hoe ik zou reageren op lichamelijk slecht nieuws. Welk gezond mens zou zich die “wat als” vraag stellen. Want het overkomt je eenvoudigweg en je hebt het maar te accepteren. En dat doe ik. Fysiek pas je je aan; zo zit de mens met zijn overlevingsinstinct in elkaar. Mentaal is de reactie onvoorspelbaar. De wereld om je heen verwacht neerslachtigheid terwijl het mij juist een nieuw intens perspectief aan het leven heeft gegeven. Waar bestaat dat uit en waar heb ik dat aan te danken?

Het bestaat uit een spontane herwaardering van wat echt belangrijk is. Een knop ging om die mij met nog vollere teugen dan voorheen van het leven doet genieten. Onwillekeurig val ik nu stil en ben ontroerd op welhaast onopgemerkte momenten van het dagelijks bestaan: een mooie dag, de zon op de herfstblaren, een spelend kind, een meisje dat met duidelijk plezier in haar werk je koffie brengt, een uitgestoken hand om je te helpen, de intense zorg en persoonlijke betrokkenheid van verpleging – daar ging een nieuwe wereld voor mij open- het goede glas wijn, de verse vis. De schoonheid van een boek, …….te veel om op te noemen. Waaraan heb ik dat in hemelsnaam te danken? Waarom zit ik zo in elkaar? Puur geluk die de pure pech van Kahler meer dan overstijgt.”

Ja: verwondering en inderdaad “Pessimisme is voor losers”. De briefwisseling had als ondertitel “Op de rand van een nieuwe tijd”. We werden op onze wenken bediend want het boek werd op 6 februari gelanceerd en 6 weken- en 5 drukken later- zaten we in het Corona tijdperk. Ook daar kijk ik met dezelfde instelling naar. Eerst komt de aanvaarding. Leuk is anders maar verzet is zinloos. We zullen er mee hebben te leven en kunnen er beter het beste van maken. Maar laten we vooral onze ogen open houden voor de positieve verwondering die zelfs een pandemie met zich mee kan brengen.

We hadden een schitterend voorjaar dat normaliter een beetje in de gehaastheid van het leven aan ons voorbijgaat maar nu dubbel genot heeft opgeleverd. Dat zal velen van U ook ervaren hebben. De natuur krijgt geen Corona.

We zagen een onverwachte solidariteit in een land waar kort tevoren malievelden vol stonden met boeren burgers en buitenlui die protestacties van de meest uiteenlopende aard voerden.

We zagen de ongelofelijke toewijding van de verzorgende beroepen en hun bijna bovenmenselijk inzet tesamen met de medische professie. We zagen een maatschappelijke herwaardering voor de vuilnisman die een held werd en zelfrespect kreeg.

We zagen de aanpassingen in het onderwijs door leraren en onderwijzers die hun leerlingen niet loslieten maar digitaal aan zich verbonden. We zagen het royaal te hulp schieten van een overheid aan werkgevers en werknemers die in hun bestaan werden bedreigd. En bovenal zagen we de creativiteit van gezinnen en bedrijven zich aan de nieuwe situatie aan te passen. Verwondering alom voor diegene die daar voor openstaat en veel positieve energie.

De komende maanden zullen we die positieve energie nodig hebben want de belevenis van Corona nu de dagen korter worden, is anders dan toen de dagen lichter en langer werden. Maar aan het eind van de tunnel gloort licht. Het menselijk vernuft zal, tesamen met het aanpassingsvermogen van de mens voor een oplossing zorgen. En moge naast de aanvaarding van deze nare pandemie voor ieder de verwondering, dat heerlijke gevoel dat door de eeuwen als goddelijk is aangeduid, daarbij de overhand hebben.

Er is één reactie op “Lekenpreek van Cees van Lede”

  1. Wim Kok schreef:

    Genoten van de dienst. Dank aan de heer vdLede voor de geweldige duidelijke overdenking.

Plaats een reactie





Gerelateerd