3 april 2017

LITURGISCHE LENTEKRIEBELS

Geschreven door AnnaElise

LITURGISCHE LENTEKRIEBELS

Een van de mooie aspecten van de liturgische jaarcyclus, door de eeuwen heen gegroeid, is dat hij ons meevoert door de gang van de seizoenen. Althans, in Europa, waar die jaarcyclus is ontstaan. In andere continenten, waar het snikheet is als wij in de kou zitten, wordt die cyclus ongetwijfeld heel anders beleefd, of misschien wel nauwelijks begrepen. Maar in ons deel van de wereld heeft het iets herkenbaars dat sommige feesten in de winter worden gevierd en andere in het voorjaar.

Zoals de commerciële televisie ‘Goede Tijden, Slechte Tijden’ kent, zo kent de liturgie ‘Sterke Tijden, Zwakke Tijden’. Die ‘zwakke tijden’ vormen samen de periode waarin groen de overheersende liturgische kleur is; collega Van der Woude schreef er hier al eens over. Dat zijn de ‘gewone’ zondagen ‘door het jaar’, waarop geen bijzondere feesten gevierd worden. Vanaf de eerste eeuwen hebben zich daarnaast twee perioden in het jaar ontwikkeld, twee kringen, waarin belangrijke gebeurtenissen herdacht en gevierd worden. De oudste van die twee is de Paascyclus: het feest van nieuw leven, opstanding, bevrijding en toekomst. Dit feest wordt voorafgegaan door een voorbereidingstijd van zes en een halve week: de veertigdagentijd of vastentijd, en vervolgens wordt het feest zelf nog eens vijftig dagen lang gevierd, tot en met Pinksteren. Een jongere cyclus is die van Kerstmis, opnieuw feest van nieuw leven: ook weer voorafgegaan door een voorbereidingstijd, nu van vier weken, de advent, en gevolgd door enkele weken tot en met het feest van de doop van Jezus.

Gelukkig wordt het ook in vrijzinnige kring, nadat (vooral in de negentiende eeuw) afscheid was genomen van allerlei liturgische tradities, de rijkdom van rituelen en symbolen weer herontdekt: de mens heeft symbolen en rituelen nodig om met het ongrijpbare en onzegbare om te kunnen gaan. En ook wordt ontdekt dat traditie geen bedreiging voor creativiteit en autonomie hoeft te zijn: we kunnen bewust en creatief putten uit de voorraadschuur die onze voorouders hebben aangelegd. In die schuur zit veel wijsheid en levenservaring. Daarom ben ik, zoals de meesten van u wel weten, een groot voorstander van het volgen van het liturgisch jaar en het oecumenisch leesrooster. Beide zijn niet op een blauwe maandag bedacht, maar zijn de vrucht van een rijpingsproces van eeuwen. Er is niets tegen nieuwe creaties, tegen thematische vieringen, tegen experimenten, tegen een liturgie die werkelijk bijdetijds is. Maar laten we bij dat alles toch ook vruchtbaar gebruik maken van de wijsheid van eeuwen. Laten we niet verspillen wat in eeuwen is opgebouwd.

Die wijsheid van eeuwen heeft de feesten op de kalender geordend op een wijze die aansluit bij wat er in de natuur gebeurt. De Zwitserse kerkhistoricus Urs Altermatt bedacht daarvoor het woord ‘agro-liturgisch jaar’: er is de lijn van het agrarische leven, bepaald door de gang van de natuur, en er is de lijn van de liturgische feesten. Die twee lijnen zijn moeilijk van elkaar te scheiden. Het kerkelijke dag-, week- en jaarritme beïnvloedde het boerenleven, dat op zijn beurt door de natuur gereguleerd werd, en omgekeerd bepaalde het agrarisch jaarritme de datum en de intensiteit waarop en waarmee bepaalde kerkelijke feesten gevierd werden. In het najaar en de winter zijn er feesten die naar beneden gericht zijn, naar de aarde of zelfs de aarde in. Dan herdenken we de overledenen (rond Allerzielen of op de laatste zondag van het kerkelijk jaar) en dan vieren we met Kerstmis de geboorte van Jezus: de menswording, zijn komst naar de aarde. Maar in het voorjaar gaan de feesten de hoogte in: uit de aarde, uit het graf stijgt nieuw leven op, en dat wil omhoog, dat reikt naar de hemel. Daarom vieren we dan Pasen, Hemelvaart en Pinksteren. Allemaal feesten die de hoogte in schieten. Feesten die willen opstijgen, feesten van nieuw leven, van overwinning van de dood, van bezieling en levensvreugde.

In die tijd van het jaar zijn we nu aanbeland: de tijd van nieuw leven, van vruchtbaarheid. De dood heeft niet het laatste woord, dat zeggen en zingen we tot onszelf en tot elkaar. Het wordt lente. We mogen onze winterdepressie achter ons laten. We mogen weer naar buiten. Voelt u de lentekriebels al? Gezegend Paasfeest!

Ds. Peter Nissen

Plaats een reactie





Gerelateerd