24 maart 2020

Tekst overdenking luisterdienst 22 maart

Geschreven door Raymond Pichon

 

Hieronder kunt u de tekst van de overdenking, uitgesproken door Annemarieke van der Woude in de luisterdienst van zondag 22 maart, nog eens nalezen. 

Gemeente, U allen die luisterend met ons verbonden bent,

Hij is een volwassen man. Een volwassen man met het syndroom van Down. Vrolijk en kwetsbaar. Zijn leven kent een vaste regelmaat en daar vaart hij wel bij. Door de week naar de keramiek – waar hij de prachtigste beelden boetseert. Zaterdags naar de kinderboerderij. Waar hij voor de geiten zorgt. En het hangbuikzwijn. Als hij vertelt over Shirley en Saskia, denk je dat het vriendinnen van hem zijn. Maar het zijn ezels op de boerderij.

Het jaar kent een paar hoogtepunten. De weekenden dat hij gaat logeren bij zijn tante. De vakantie – jaar in, jaar uit naar hetzelfde dorp, met altijd dezelfde uitjes. En zijn verjaardag. Dan nodigt hij zijn familie en vrienden bij hem thuis uit – bij elkaar wel veertig mensen – en wordt er Chinees gehaald.

Afgelopen vrijdag was hij jarig. Zijn vader heeft hem deze week gebeld om te vertellen dat het feest niet kon doorgaan. Uit woede, uit pure frustratie heeft hij al zijn mokken in de badkamer stuk gegooid.

Hartverscheurend. Iemand die niet bij machte is om te begrijpen wat er om hem heen gebeurt. En zijn ongenoegen uit door kapot te maken. En, mèt hem, zijn er vele anderen die niet weten waar ze het zoeken moeten nu hun dagelijkse gang tot stilstand is gekomen. Die moeite hebben om in balans te blijven nu hun leven door elkaar is geschud.

Vandaag is het een roze zondag. Ik draag weliswaar mijn paarse stola – maar eigenlijk had ‘ie roze moeten zijn. Het is de vierde zondag van de Veertigdagentijd en die zondag heet ook wel Klein-Pasen. Halfvasten. We zijn halverwege, tussen Aswoensdag en Pasen. Het wit van het feest van de Opstanding gloort al aan de horizon en kleurt het paars van boete en inkeer lichter. Vandaar: roze.

De naam die de zondag draagt, is Laetare – ‘Verheugt U’ – ‘Weest blij’. In het kerkelijk jaar: omdat Pasen nadert. In de psalm die Lieuwe voor ons las en die bij deze zondag hoort: om Jeruzalem. Vreugde om naar het huis van de Eeuwige op te kunnen trekken en daar zijn naam te loven. Vreugde om Jeruzalem , de stad van David, stad van vrede.

Vreugde? ‘Verheugt U?’ Het doet bijna zeer, zo sterk als dit bedevaartlied botst op de werkelijkheid die wij nu ervaren. Niet alleen dat de stad Jeruzalem vandaag de dag eerder een plek is van heftige politieke twist, dan van vrede. Maar ook – dichter bij huis – dat wij in de uitzonderlijke situatie verkeren dat wij als gemeente juist niet kunnen samenkomen, om te zingen en te bidden en te vieren dat wij een geloofsgemeenschap vormen. Waarom dan toch zo’n tekst lezen, die in schril contrast staat met wat wij nu meemaken?

Teksten uit de bijbel zijn teksten die de eeuwen hebben getrotseerd. Ze zijn gezongen, gebeden, gestameld, tegen alle wanhoop en verdrukking in. Er zijn verhalen bekend van mensen die hun waardigheid hebben kunnen behouden, in de meest gruwelijke omstandigheden, door psalmen te bidden. De teksten zijn hen tot steun geweest en hebben hen behoed om niet ten prooi te vallen aan hun zwartste gedachten.

Zouden wij dat ook kunnen? Zouden wij zo’n lied anders kunnen lezen? Dat het ons met nieuwe ogen laat kijken naar wat er om ons heen aan het gebeuren is? Het vraagt een omslag in ons denken. Jeruzalem niet als fysieke plaats, in Israël. Maar als kwalificatie van een oord waar het goed toeven is. Waar je rust kunt vinden. ‘Jeruzalem’ niet als einddoel van een daadwerkelijke, maar van een innerlijke reis. Een pelgrimage naar binnen, in een poging om, vóórbij angst en onzekerheid, een plek te vinden waar shalom – vrede – heerst.

Die weg naar binnen is niet zonder meer begaanbaar. Het pad kan overwoekerd zijn met talloze planten en struiken. Het lezen van een psalm kan helpen bij het snoeien. Zodat er ruimte ontstaat en je het aandurft om te vertrekken. In de wetenschap dat er, net als jij, tallozen zijn die ernaar verlangen om hun eerste schreden te zetten op de weg van de vrede.

Tot slot. Al zijn bekers lagen aan scherven. Maar op zijn verjaardag heeft iedereen hem gebeld. Met zijn huisgenoten heeft hij taart gegeten. En ’s avonds was er een Chinese maaltijd, met hem als stralend middelpunt. Hij heeft het gekund. Uit de duisternis, zich wenden naar het licht: roze zondag.

Amen

Plaats een reactie





Gerelateerd