18 mei 2020

Tekst overdenking 17 mei

Geschreven door Raymond Pichon

Remonstrantse Gemeente Oosterbeek

Overweging luisterdienst op zondag 17 mei 2020         

Zesde zondag van Pasen

Lezing: Filippenzen 2 vers 1 – 11

Voorganger: Annemarieke van der Woude

Gemeente, U allen die luisterend met ons verbonden bent,

Ik ben nogal eenkennig. Dat heb ik wel eens verteld. Ik lees één krant. Al jaren dezelfde. Nooit een andere. Misschien ben ik al wel dertig jaar abonnee. Het is de krant die mijn ouders ook lezen; mijn schoonouders lazen. Steeds diezelfde krant.

Gelukkig zijn er mensen die mij, met een zekere regelmaat, erop wijzen dat er ook nog andere goede kranten in Nederland zijn. Dan knippen ze een artikel voor me uit en sturen het me per post. Ze maken een foto van een stuk waarvan ze vinden dat ik het moet lezen. Of ze sturen me een mail met een link naar een bijdrage die zij de moeite waarde vinden. Dat alles waardeer ik zéér.

Zo kwam mij afgelopen een week een interview onder ogen, waarvan de inhoud mij nog steeds bezighoudt. Het is een aflevering uit de serie De wereld na corona ‒ een serie die bedoeld is om een denkrichting te bieden voor de vraag óf, en hóe, onze samenleving ná de coronacrisis zou moeten veranderen.

Aan het woord komt Dirk Draulans, Vlaams schrijver en journalist; evolutiebioloog van opleiding. Het stuk draagt als titel: We leven een beetje boven onze stand (NRC, 11 mei 2020). Draulans ziet een direct verband tussen ‒ ik citeer: ‘hoe wij het leven op aarde voortdurend naar onze hand willen zetten’ en de uitbraak van het coronavirus. ‘We voelen ons ongenaakbaar en denken dat alles voor ons is gemaakt.’ Draulans verwijt de mensheid ‘hoogmoed’. Het is een niet mis te verstane boodschap. Hij vindt dat wij ‘ondoordacht samenleven met de natuur’: ‘We dringen steeds dieper het leefgebied van andere dieren binnen en vernietigen het. Die dieren komen daardoor dichter bij ons in de buurt.’

Een voorbeeld, over een ander virus. Dat door de fruitvleermuis op de mens is overgebracht. Hoe kwam dat? Doordat we het regenwoud hebben vervangen door palmplantages. Daardoor kromp de natuurlijke leefomgeving van de fruitvleermuis en werd hij gedwongen de leefwereld van de mens op te zoeken. Tel bij dat gedrag van de mens op dat wij tegenwoordig over de hele wereld uitzwermen en mensen overal vandaan onze kant opkomen en je hebt een afdoende verklaring voor de coronapandemie. Aldus Dirk Draulans.

Het is een onheilsprofetie die uit de mond van een oudtestamentische profeet niet vreemd zou klinken. Want ‘profetie’ is niet: de toekomst voorspellen. ‘Profetie’ is de tekenen van de tijd zorgvuldig lezen en, op grond van wat je om je heen ziet, voorspellen waar het met de wereld naartoe gaat. En dat is wat Dirk Draulans in dat interview in die ‒ ik geef het toe ‒ best-wel-goede krant gedaan heeft.

Maar u hebt niet afgestemd op de luisterdienst vanuit de remonstrantse kerk in Oosterbeek om om uw oren geslagen te worden met een lijst van wat we allemaal fout hebben gedaan. En wat we voortaan niet meer mogen. U hebt, vermoed ik, óók afgestemd om iets van een evangelie ‒ een blijde boodschap ‒ te horen.

Gedrag komt voort uit een mentaliteit ‒ een gezindheid. En over die gezindheid wil ik met u nadenken. Lieuwe las voor ons vanochtend een deel uit een brief die Paulus aan de gemeente in Filippi heeft geschreven (Filippenzen 2,1-11).

Lezen wij in onze gemeente ooit uit een van de brieven van Paulus? Ik kan het me althans niet herinneren. Paulus heeft een slechte pers in onze moderne, geëmancipeerde samenleving. Onvriendelijk jegens vrouwen, grof tegenover mensen met een homoseksuele relatie, altijd maar te hameren op de zonde – de zonde van het vlees. Dát is Paulus. Maar Paulus is óók de man die, in een andere brief, heeft geschreven dat in Jezus, alle mensen vrij zijn: etniciteit, hoog of laag, man of vrouw: het doet er niet meer toe (Galaten 3,28). Paulus is de man die er, door zijn vele reizen, voor heeft gezorgd dat de groep rond Jezus uitgroeide van een kleine, Joodse, sekte tot een beweging die de blijde boodschap verspreid heeft over de hele wereld.

Filippi was een handelsstad in het Noorden van Griekenland. Paulus schrijft zijn brief omdat hij de gemeente, die hij zelf gesticht had, niet kan bezoeken. Hij zit gevangen (Filippenzen 1,7 en 14). Het zou trouwens best kunnen zijn dat de brief zoals wij die nu in de bijbel lezen, een samenvoeging is van al eerder geschreven brieven. Het fragment dat wij hoorden, is waarschijnlijk een ouder, al bestaand lied, dat Paulus citeert (Filippenzen 2,6-11). 

Paulus stelt de Filippenzen de ‘gezindheid’ van Jezus ten voorbeeld. Wat bedoelt hij daarmee? Het woordveld waarvan Paulus zich bedient ‒ tegenwoordig zou je zeggen: de mindmap ‒ het woordveld van Paulus cirkelt om begrippen als ‘liefde’, ‘gemeenschap’, ‘eensgezindheid’, ‘bescheidenheid’, ‘de ander belangrijker dan jijzelf’. Dat wil zeggen ‒ Paulus somt ook op wat hij niet bedoelt: géén ‘geldingsdrang’, géén ‘eerbejag’, géén ‘eigenbelang’.

‘En’, zegt Paulus, ‘dat zijn niet alleen maar vrome woorden. Jezus heeft daar daadwerkelijk naar geleefd. Hij was een mens dicht bij God, maar hij heeft daar afstand van gedaan. Hij werd als een slaaf, is vernederd tot op het bot maar, ondanks alles, trouw en gehoorzaam gebleven aan de boodschap van de Eeuwige. Zelfs toen dat zijn dood aan het kruis betekende.’

En God heeft het er niet bij laten zitten. Wat in de ogen van de wereld misschien zwakte en vernedering leek, is juist kracht vanuit het perspectief van God. Daarom ook heeft de Eeuwige hem verhoogd. Dat uiteindelijk iedereen van de gezindheid van Jezus onder de indruk zal zijn ‒ dat elke knie zich zal buigen in zijn naam (Filippenzen 2,10) ‒, is niet omdat God een machtswoord heeft gesproken, maar omdat mensen tot inzicht zijn gekomen: ‘Een leven in liefde en eensgezindheid heeft meer zeggingskracht dan een bestaan waarin het eigenbelang en de zelfdunk het hoogste woord voeren.’

Ik weet niet of journalist en evolutiebioloog Dirk Draulans net in de Filppenzenbrief had zitten lezen voordat hij werd geïnterviewd. Ik denk het eigenlijk niet. Maar dat neemt niet weg dat de boodschap die Draulans verkondigt en die Paulus zijn gemeente in Filippi voorhoudt, opvallende overeenkomsten vertoont: ‘Ons mensen past bescheidenheid. Alleen als wij andere levende wezens op aarde een plek gunnen, alleen als wij bereid zijn om plaats voor hen te maken ‒ alleen dán is er voor ons allen toekomst.’

Amen

Plaats een reactie





Gerelateerd