5 april 2020

Tekst overdenking 5 april

Geschreven door Raymond Pichon

Hieronder kunt u de overdenking, uitgesproken door Annemarieke van der Woude, tijdens de luisterdienst van vandaag nog eens nalezen.

 

Gemeente, U allen die luisterend met ons verbonden bent,

Het is stil op straat. Ongewoon stil. Geen kinderen op weg naar school, geen brugklassers met grote tassen op hun bagagedrager. Als iemand je op de stoep tegemoet komt, ontstaat er een soort rituele dans – of je linksom of rechtsom in een grote boog elkaar zult passeren.

De sportvelden liggen er verlaten bij. Een lege concertzaal; een leeg podium. Mensen spoeden zich naar de winkel, houden daar netjes afstand, met een winkelwagentje tussen hen in en met een volle tas weer linea recta naar huis. Ondanks het mooie lenteweer, zijn er geen terrasjes. In een paar weken tijd is onze wereld stilgevallen.

Een zeer indringende verbeelding daarvan vond ik paus Franciscus, die zijn speciale zegen voor stad en wereld – Urbi et Orbi – vorige week uitsprak voor een leeg Sint-Pietersplein. De paus zei: ‘Er is diepe duisternis gevallen over onze pleinen, straten en steden. Het heeft ons leven overgenomen en alles gevuld met een oorverdovende stilte en een troosteloze leegte, die alles verlamt.’

Met wat voor stilte hebben wij deze weken te maken? Niet zonder meer een ontspannende; een rustgevende. De stilte is opgelegd; draagt iets onheilspellends: hoe lang gaat dit duren? Wanneer kunnen de kinderen weer lekker naar buiten, rennen en roepen en mekaar achternazitten?

Palmpasen is het vandaag. We staan aan het begin van de Goede Week; de Lijdensweek; de Stille Week. Witte Donderdag – Goede Vrijdag – Stille Zaterdag en dan het hoogtepunt: het feest van Pasen. Ook de stilte van deze Stille Week is een gevulde stilte. Stille Zaterdag is geen lege dag. Het is een stilte die volgt op het sterven van Jezus. Een stilte ook die het feest van de Opstanding inluidt. Over ‘stilte’ wil ik vanochtend met u nadenken. Over de verschillende kleuren die stilte kan aannemen.

Lieuwe las voor ons het verhaal dat hoort bij deze dag: het verhaal van de intocht van Jezus in Jeruzalem (Mattheüs 21,1-11). Geen betere samenvatting van deze passage dan de titel die Nico ter Linden heeft meegegeven aan een van zijn kinderbijbels: Koning op een ezel. Het is in een notendop het levensprogram van Jezus: koning der wereld, dat wel, maar niet door pracht en praal, niet rijdend in een koets en zwaaiend met een scepter. Maar rijdend op een ezel, zittend op de kleren die zijn discipelen op de rug van het dier hebben gelegd. 

De kracht van deze koning schuilt in zijn zwakheid. In zijn ‘zachtmoedigheid’ (Mattheüs 21,5). De profeet Zacharia, aan wie Mattheüs zijn woorden ontleent, zegt het zo: Zie, uw koning komt tot u, [Jeruzalem,] hij is rechtvaardig en zegevierend, nederig, en rijdende op een ezel (Zacharia 9,9).

‘Hosanna’ wordt deze koning-op-een-ezel toegeroepen. Hosanna, en met dat woord verwijst Mattheüs opnieuw naar het Oude Testament, in dit geval naar een psalm (Psalm 118,25-26), ‘Hosanna’ is eigenlijk een gebed: ‘Ach, Ene, breng toch redding. Ach, Ene, laat het toch gelukken’ (Psalm 118,25, Naardense Bijbel). De mensen die aan de kant van de weg staan te juichen, hopen vurig dat het waar wordt: dat een ander soort heerschappij deze wereld gaat regeren. Zij joelen en bidden dat de orde die Jezus voorstaat: een omzien naar mensen aan de rand, dat die wereldorde binnenkort werkelijkheid wordt.

Wij, lezers vandaag de dag, wij weten beter. Wij weten hoe de hoop die de mensen nu nog koesteren, binnen enkele dagen omslaat in woede en de beschuldiging dat Jezus zich onterecht ‘koning’ zou noemen. Het lied dat we straks gaan zingen als slotlied, brengt die omslag op pijnlijke wijze onder woorden: ‘Heden hosanna, morgen kruisig Hem’ (Lied 556, laatste vers). Die ‘dubbelheid’ tekent Palmzondag, een dag die om die reden ook wel Passiezondag wordt genoemd.

Stil wordt het in de week die komen gaat. Eerst is er dat daverende applaus om Jezus die als een held Jeruzalem wordt binnengehaald. Er volgt een maaltijd met zijn vrienden, waarbij Jezus voorvoelt dat het de laatste keer zal zijn. Het is een afscheidsmaal. Het verraad door een van zijn makkers. Zijn eenzame gang naar het kruis. Het lijden. Het sterven. En de stilte die daarop volgt.

Máár, met het verstrijken van de tijd, verandert die stilte van kleur. Het paars van de lijdenstijd – het rood van Goede Vrijdag – het zal wit worden: de kleur van het feest van Pasen.

Adama van Scheltema heeft een prachtig gedicht geschreven over de inspiratie die in stilte besloten kan liggen. Ik lees er twee strofen uit:

De stilte

Min de stilte in uw wezen,

Zoek de stilte die bezielt,

Zij die alle stilte vrezen

Hebben nooit hun hart gelezen,

Hebben nooit geknield.

Leer u aan de stilte laven:

Waar het leven u geleidt –

Zij is uwe veil’ge haven,

Want zij is de grote gave

Van de Eeuwigheid.

Ik hoop, ik bid, dat wij een dergelijke omvorming mee kunnen beleven. Van de benauwenis van een gedwongen stilte in ons bestaan, naar de ervaring van een stilte die vol is van verwachting. Een stilte die bezielt. Stilte, als gave van de eeuwigheid.

Amen

Plaats een reactie





Gerelateerd